Galicië  is een regio in het uiterste noordwesten van het Iberisch Schiereiland.

Algemeen
Het grenst in het zuiden aan Portugal, in het westen aan de Atlantische Oceaan, in het noorden aan de Cantabrische Zee en in het oosten aan de andere Spaanse autonome regio’s Asturië en Castilië en León. De hoofdstad van Galicië is Santiago de Compostella, een stad met iets minder dan 100.000 inwoners, maar de grootste stad is Vigo en de grootste agglomeratie A Coruña. Galicië heeft twee officiële talen, het Galicisch en het Spaans. De nationale feestdag van Galicië valt op 25 juli, dat is de feestdag van Sint Jacobus, Santiago.

Geografie
Tot het hooggebergte in Zuidoost Galicië behoren los Picos de Ancares (1826 m), de Cabeza de Manzaneda (1787 m) en de Peña Trevinca in de Serra de Queixa (2031 m). De kust is 1200 kilometer lang, en vormt daarmee 30% van de totale Spaanse kustlengte. Galicië omvat vier provincies: A Coruña, Pontevedra, Ourense en Lugo. In Lugo bevinden zich twee grote natuurgebieden, de Ancares en de Courel.

Voor de kust liggen de archipel van Cíes (bestaande uit de eilanden Faro, Monteagudo en het eiland van San Martiño), de archipel van Ons (bestaande uit de eilanden Ons en Onza), de archipel van Sálvora (bestaande uit Sálvora, Vionta en Sagres), en andere eilanden als Cortegada, Arousa, Sisargas en Malveiras. Een groot deel van de eilanden behoort tot beschermde natuurgebieden.

Het binnenland van Galicië wordt voor een groot deel gevormd door uitgestrekte bosgebieden. Elk jaar wordt Galicië getroffen door zware bosbranden.

Bevolking
Ondanks de hoge emigratiecijfers van de 20e eeuw is Galicië een van de dichtsbevolkte gebieden van Spanje. De hoogste bevolkingsdichtheid vinden we in A Coruña (143 inw./km2) en Pontevedra (207 inw. /km2). Het grootste deel van de bevolking leeft op het platteland, hoewel er in de laatste decennia sprake is van een trek naar de steden. De bevolking concentreert zich in de parochies, hetgeen een overblijfsel is van de kerkelijke hiërarchie die in de Middeleeuwen ontstond.

Een groot deel van de beroepsbevolking is werkzaam in de primaire sector: landbouw, veeteelt, visserij en bosbouw (In Ourense is dit 32% van de bevolking, in Lugo 43%). Galicië had in 1920 1 980 000 inwoners, in 1950 2 604 000 en in het begin van de jaren negentig 2 720 500 inwoners. In de 20e eeuw was er sprake van een grote emigratie. Alle Galicische provincies hadden gedurende de periode tussen 1946 en 1970 een negatief migratiecijfer.[1]

In de regio Galicië spreekt ongeveer 70% van de bevolking Galicisch. Deze taal is een variant van het Portugees, met wat invloeden van het Spaans. Bovendien wordt het Galego ook nog gesproken in een klein deel van Castilië en León, en in sommige delen van Zuid-Amerika (bijvoorbeeld in Buenos Aires in Argentinië). In totaal spreken ongeveer 3 miljoen mensen Galicisch. De Spaanse staat erkent Galicisch als een van de vier officiële talen (samen met Castiliaans, Catalaans en Baskisch).n van de 17 autonome regio's van Spanje en ligt in het uiterste noordwesten van het Iberisch Schiereiland.

Hotels in Galicië

Kaart van Galicië

 

 

 


HOT

Andere artikelen regio verkennen